ECLI:NL:GHAMS:2017:451
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G. Boot
- C.M. Aarts
- C.G. Kleene-Eijk
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijk onredelijke opzegging na langdurige arbeidsongeschiktheid en ontbreken re-integratiemogelijkheden
De zaak betreft een hoger beroep van een werknemer tegen GVB Exploitatie B.V. inzake een ontslagprocedure na langdurige arbeidsongeschiktheid. De werknemer was sinds 2002 arbeidsongeschikt en had gedurende de jaren diverse tijdelijke werkzaamheden verricht, maar nooit volledig zijn functie kunnen hervatten. Het UWV had een ontslagvergunning verleend wegens langdurige arbeidsongeschiktheid zonder uitzicht op herstel binnen 26 weken.
De werknemer stelde dat de opzegging kennelijk onredelijk was omdat hij werkzaamheden had verricht die loonwaarde hadden en dat GVB onvoldoende re-integratie-inspanningen had geleverd. Tevens vorderde hij schadevergoeding, achterstallig loon en advocaatkosten. GVB voerde aan dat de werknemer volledig arbeidsongeschikt was (80-100%), dat de re-integratie-inspanningen adequaat waren en dat boventallige werkzaamheden tijdelijk en zonder loonwaarde waren.
Het hof oordeelde dat de opzegging niet kennelijk onredelijk was omdat de werknemer langdurig volledig arbeidsongeschikt was en er geen uitzicht was op herstel. De tijdelijke boventallige werkzaamheden waren niet bedoeld als passend werk en dienden geen loonwaarde toe te kennen. Het hof bevestigde dat GVB niet gehouden was tot verdere re-integratie of bemiddeling vanwege het hoge arbeidsongeschiktheidspercentage. De vorderingen tot schadevergoeding, achterstallig loon en advocaatkosten werden afgewezen. De vonnissen van de kantonrechter werden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de opzegging niet kennelijk onredelijk was en wijst de vorderingen van de werknemer af.