ECLI:NL:GHAMS:2017:442
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A.N. van de Beek
- M. Perfors
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over plaatsing minderjarige in pleeggezin versus grootmoeder
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de beslissing van de kinderrechter om de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige dochter in een pleeggezin te verlengen. De vader wenst dat zijn dochter bij haar grootmoeder aan vaderszijde wordt geplaatst, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) en de moeder dit afwijzen vanwege een negatief advies uit een netwerkscreening.
De vader betwist de negatieve conclusies over zijn verleden en de geschiktheid van de grootmoeder als pleegouder. Hij verzoekt de zaak aan te houden in afwachting van DNA-onderzoek dat zijn vaderschap kan ontkennen. Het hof oordeelt echter dat het voldoende is voorgelicht om een beslissing te nemen en wijst het verzoek tot aanhouding af.
Het hof stelt vast dat de minderjarige zich goed ontwikkelt in het huidige perspectiefbiedende pleeggezin en dat een overplaatsing naar de grootmoeder niet in het belang van het kind is vanwege de sterke hechtingsdrang en het risico op onrust door conflicten tussen ouders en grootmoeder. Daarom wordt de bestreden beschikking bekrachtigd en het verzoek van de vader afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek van de vader af om de minderjarige bij haar grootmoeder te plaatsen.