ECLI:NL:GHAMS:2017:4364
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bedreiging met mes; afwijzing immateriële schadevergoeding
Op 4 juni 2015 bedreigde de verdachte haar buurman met een mes door dreigend voor hem te staan in Amsterdam. De politierechter sprak haar schuldig zonder strafoplegging. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en verklaart de bedreiging met zware mishandeling bewezen, maar legt geen straf op vanwege de omstandigheden.
De verdachte heeft sinds het incident geen strafbare feiten gepleegd en is uit eigen beweging verhuisd, waardoor het conflict met de buurman is beëindigd. De advocaat-generaal had toepassing van artikel 9a Sr gevorderd, maar het hof acht een strafoplegging niet opportuun.
De benadeelde partij had een immateriële schadevergoeding van €200 toegewezen gekregen in eerste aanleg, maar het hof wijst deze vordering af omdat niet is gesteld of gebleken dat sprake is van geestelijk letsel, vereist voor vergoeding van aantasting van de persoon volgens artikel 6:106 BW Pro.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 oktober 2017.
Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard aan bedreiging met zware mishandeling, maar er wordt geen straf opgelegd en de immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.