ECLI:NL:GHAMS:2017:4197
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak diefstal in vereniging wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal in vereniging op 24 februari 2014 te Haarlem. De tenlastelegging betrof het wederrechtelijk wegnemen van goederen uit een schuur/garage door middel van braak.
De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van acht weken, waarvan twee voorwaardelijk. De herkenning van verdachte op stills van camerabeelden door politieambtenaren en telecomgegevens die de nabijheid van verdachte bij de plaats delict aangaven, vormden het belangrijkste bewijs.
Echter, tijdens de terechtzitting in hoger beroep werden de betrokken verbalisanten gehoord en geconfronteerd met de stills. Eén verbalisant kon zich de zaak niet herinneren en herkende niemand, terwijl een andere verbalisant twijfels uitte over de herkenning op één van de stills. Gezien de slechte beeldkwaliteit en het perspectief van de beelden kon het hof niet tot een overtuigende bewijsvoering komen.
Het hof oordeelde dat de betrokkenheid van verdachte niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak hem vrij. Het eerdere vonnis werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door vrijspraak uit te spreken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor diefstal in vereniging.