ECLI:NL:GHAMS:2017:4168
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vervolgprocedure over memorie van grieven na verwijzing door Hoge Raad in geschil over verkoop brasserie
In deze civiele procedure staat de afwikkeling van de rechtsverhouding tussen [X] Beheer B.V. en [Y] B.V. centraal, waarbij het gaat om de verkoop van Brasserie [Y]’s Verjaardag door [X] aan [Y] per 1 januari 2003. Na eerdere vonnissen en hoger beroep, waarbij diverse vorderingen deels werden toegewezen en deels afgewezen, heeft de Hoge Raad het geding terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor nadere behandeling.
Een belangrijk twistpunt betreft de rolbeslissing van het hof Den Haag om een akte niet-dienen toe te staan aan [X], nadat zij te laat een memorie van grieven had ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuiste maatstaven hanteerde bij het terugkomen op deze beslissing en stelde criteria vast waaronder een dergelijke beslissing kan worden herzien.
Het hof Amsterdam onderzoekt nu of aan deze criteria is voldaan, mede gelet op onduidelijkheden over de adressering van aanzeggingen aan de advocaat van [X]. Het hof geeft partijen de gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten over deze feiten, met name over de vraag waar de advocaat van [X] ten tijde van de aanzeggingen kantoor hield en welk postbusnummer werd gebruikt.
De zaak wordt verwezen naar de rol van 7 november 2017 voor het nemen van een akte door [Y], waarna [X] vier weken krijgt om daarop te reageren. Het hof houdt verdere beslissing aan totdat deze stukken zijn ontvangen.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en partijen krijgen gelegenheid tot het nemen van nadere akten over de aanzeggingen.