Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
,ingekomen op 13 juni 2017;
,ingekomen op 13 juni 2017;
,ingekomen op 14 juni 2017.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2006 gehuwd en in 2012 gescheiden. Uit het huwelijk is een minderjarige geboren die bij de vrouw verblijft. De man betaalde kinderalimentatie, welke in 2012 door het hof werd vastgesteld op €150 per maand. In hoger beroep verzocht de man de bijdrage vanaf 2013 te verlagen tot nihil of €25 per maand.
Het hof ging uit van een wijziging van omstandigheden en stelde de behoefte van het kind vast, waarbij de draagkracht van de man werd berekend aan de hand van officiële inkomensverklaringen van de Belastingdienst. De man kreeg een beperkte zorgkorting van 15% toegekend vanwege onvoldoende bewijs van een structurele omgangsregeling.
Voor de periode 2013-2015 werd de bijdrage vastgesteld op €25 per maand in 2013 en €119 per maand in 2014, waarbij het hof rekening hield met de inkomensgegevens en draagkracht. Vanaf 2015 werd de bijdrage van €120 per maand bekrachtigd. Terugvordering van teveel betaalde bedragen werd afgewezen vanwege de financiële situatie van de vrouw.
De beschikking van de rechtbank werd deels vernietigd en deels bekrachtigd, met een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beslissing.
Uitkomst: De kinderbijdrage werd vanaf 1 januari 2013 en 2014 verlaagd en vanaf 2015 bekrachtigd op €120 per maand.