ECLI:NL:GHAMS:2017:3713

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 september 2017
Publicatiedatum
15 september 2017
Zaaknummer
23-000049-17.a
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22c SrArt. 22d SrArt. 63 SrArt. 310 SrArt. 378a Sv
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens winkeldiefstal tot taakstraf en gevangenisstraf gelijk aan voorarrest

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor winkeldiefstal van levensmiddelen op 25 augustus 2016 te Amsterdam. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening levensmiddelen van een bedrijf heeft weggenomen.

De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 weken met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal vorderde een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest. Het hof nam in haar overwegingen mee dat de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld was voor vermogensdelicten, maar sinds een jaar niet meer in aanraking was gekomen met justitie en dat een langere detentie nadelige gevolgen zou hebben, zoals het stopzetten van zijn uitkering en het in gevaar komen van zijn huisvesting.

Het hof achtte een taakstraf gecombineerd met een gevangenisstraf gelijk aan het reeds ondergane voorarrest passend en geboden. De opgelegde gevangenisstraf van 4 dagen wordt verminderd met de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 uur taakstraf en 4 dagen gevangenisstraf gelijk aan voorarrest.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000049-17
datum uitspraak: 1 september 2017
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 januari 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-176701-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
1 september 2017.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 25 augustus 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere levensmiddelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 25 augustus 2016 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen levensmiddelen, toebehorende aan [bedrijf].
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal van levensmiddelen. Winkeldiefstal veroorzaakt naast financiële schade voor de benadeelde onrustgevoelens en overlast.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 augustus 2017 is hij eerder ter zake van vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.
Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep verzocht hem een taakstraf op te leggen, eventueel gecombineerd met een gevangenisstraf voor de duur van het reeds ondergane voorarrest. Daartoe is aangevoerd dat een (langere) detentie voor de verdachte, mede gezien feit waarvan hij verdacht wordt, nadelige gevolgen van een onevenredige grootte zal hebben. Een detentie zal immers tot stopzetting van zijn uitkering leiden en daardoor zal zijn huisvesting in het gedrang komen. De verdachte is aangemeld voor de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen en is – behoudens een veroordeling in 2016 voor een oud feit, ten gevolge waarvan artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is – sinds een jaar niet meer in aanraking met politie en justitie gekomen. Een gevangenisstraf zou ten slotte een onwenselijke doorkruising betekenen van de reeds ingezette hulp van de reclassering.
Alles afwegende is het hof met de verdediging van oordeel dat een taakstraf in combinatie met een gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 22c, 22d, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. C.M. Degenaar, in tegenwoordigheid van mr. N.R. Achterberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
1 september 2017.
[…]