Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Vordering van het openbaar ministerie
Vrijspraak
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
BESLISSING
15 september 2017.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd beschuldigd van mishandeling van een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) op station Amsterdam Centraal op 24 april 2015.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege ongelijke behandeling en schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat verdachte aanvankelijk niet werd gedagvaard terwijl medeverdachten wel werden vervolgd. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het OM binnen zijn discretionaire bevoegdheid handelde.
Het hof stelde vast dat er tegenstrijdige getuigenverklaringen waren over wie de mishandeling had gepleegd. Twee verbalisanten wezen verdachte aan, terwijl een derde een andere persoon als dader aanwees. Gezien deze onduidelijkheid en de ontkenning van verdachte, was het hof niet overtuigd van zijn schuld en sprak hem vrij.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde BOA werd afgewezen omdat de mishandeling niet bewezen was. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken en de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van mishandeling van de BOA wegens onvoldoende bewijs.