Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.V.O.F. [naam VOF] ,
[vennoot X],
[vennoot Y],
[vennoot Z],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
grieven I en IIIkomt [appellant] tegen die feitenvaststelling op.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond een geschil centraal over een overeenkomst van bewaarneming tussen [appellant], eigenaar van een zeiljacht, en v.o.f. [naam VOF], exploitant van een jachthaven met stallingsfaciliteit. Het jacht was in het winterseizoen 2011 in de stallingsfaciliteit geplaatst. Tijdens de stalling verplaatste v.o.f. [naam VOF] het jacht zonder voorafgaande toestemming van [appellant], waarna een scheur in een dwarsspant werd geconstateerd.
[Appellant] stelde v.o.f. aansprakelijk voor de schade en vorderde schadevergoeding. Daarnaast was er discussie over de betaling van stallingsgelden na beëindiging van de overeenkomst. Het hof oordeelde dat de overeenkomst een bewaarneming betrof waarbij v.o.f. de zorg van een goed bewaarder moest betrachten. Gezien de noodzaak om het jacht te verplaatsen en het ontbreken van een beding dat verplaatsing alleen met toestemming mocht plaatsvinden, was v.o.f. gerechtigd het jacht te verplaatsen.
De scheur kon niet met voldoende bewijs aan de verplaatsing worden toegerekend. De opzegging van de overeenkomst door v.o.f. was rechtsgeldig en redelijk, en [appellant] was gehouden stallingsgelden te betalen voor de periode dat hij gebruik bleef maken van de faciliteit. Het hoger beroep van [appellant] werd afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van [appellant] wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.