Uitspraak
mr. C.S.M. Ruijgrokte Amsterdam,
mr. Z. Tașpinarte Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen hadden een affectieve relatie en samen een meerderjarige zoon. De vrouw kocht in 2000 een woning met erfpachtrecht en sloot samen met de man een hypothecaire lening af. De levering van de woning vond plaats aan de vrouw alleen. De man woont sinds 2017 samen met de zoon in de woning, terwijl de vrouw de eigenaar is volgens de koopakte en het kadaster.
De voorzieningenrechter wees de vordering van de vrouw af dat de man de woning moest verlaten, maar legde hem een gebruiksvergoeding op. Beide partijen gingen in hoger beroep. De vrouw stelde dat de man geen recht van erfpacht had en dus zonder recht in de woning verbleef. De man stelde dat zij gezamenlijk eigenaar waren van het erfpachtrecht, onder meer vanwege de hypotheekakte en de levensverzekering.
Het hof oordeelde dat op basis van de koopovereenkomst, leveringsakte en kadastrale inschrijving de vrouw de enige rechthebbende is van het erfpachtrecht. De hypotheekakte en levensverzekering maken de man geen mede-eigenaar. Het kort geding leent zich niet voor nader onderzoek, maar voorlopig moet de man de woning verlaten en de sleutels overdragen. De vrouw draagt de hypotheeklasten en kan betalen, terwijl het onzeker is of de man de gebruiksvergoeding kan voldoen.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde de man de woning te verlaten uiterlijk 15 oktober 2017, met dwangsommen bij niet-naleving. Tevens werd de man veroordeeld in de kosten van beide instanties en de eerste aanleg. De zaak zal in een bodemprocedure verder worden onderzocht.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld de woning te verlaten en de sleutels te overhandigen aan de vrouw, die als enige eigenaar van het erfpachtrecht wordt erkend.