ECLI:NL:GHAMS:2017:3535

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 augustus 2017
Publicatiedatum
5 september 2017
Zaaknummer
23-001188-16.a
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep van de verdachte behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 maart 2016. Tijdens de terechtzitting op 25 augustus 2017 is vastgesteld dat de verdachte of zijn raadsman geen schriftelijke grieven heeft ingediend en ook geen mondelinge bezwaren heeft geuit tegen het vonnis.

Het hof constateerde dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij het verder onderzoeken van de zaak. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij twee van de drie rechters wegens omstandigheden niet konden medeondertekenen. De beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de rechtbank ongewijzigd blijft.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001188-16
datum uitspraak: 25 augustus 2017
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 maart 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-997015-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
adres: [adres] ,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in de [detentie adres]

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
25 augustus 2017.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M. van der Nat, mr. E. Mijnsberge en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van
mr. N.R. Achterberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
25 augustus 2017.
Mr. M.M. van der Nat en mr. H.A. van Eijk zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.