ECLI:NL:GHAMS:2017:3535
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M. van der Nat
- E. Mijnsberge
- H.A. van Eijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep van de verdachte behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 maart 2016. Tijdens de terechtzitting op 25 augustus 2017 is vastgesteld dat de verdachte of zijn raadsman geen schriftelijke grieven heeft ingediend en ook geen mondelinge bezwaren heeft geuit tegen het vonnis.
Het hof constateerde dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij het verder onderzoeken van de zaak. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij twee van de drie rechters wegens omstandigheden niet konden medeondertekenen. De beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de rechtbank ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.