ECLI:NL:GHAMS:2017:3381
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Partneralimentatie na echtscheiding gebaseerd op lotsverbondenheid zonder duurbeperking
Partijen zijn in 1996 gehuwd en hebben twee meerderjarige kinderen. Na ontbinding van het huwelijk in 2016 is in eerste aanleg partneralimentatie vastgesteld op €3.555 bruto per maand. De man kwam in hoger beroep met het verzoek de alimentatie te beperken in duur en bedrag, terwijl de vrouw incidenteel hoger beroep instelde voor verhoging.
Het hof overweegt dat de grondslag voor partneralimentatie de lotsverbondenheid is, zoals bevestigd door de Hoge Raad, en niet uitsluitend compensatie voor verlies van verdiencapaciteit. De aanwezigheid van een nieuwe partner bij de vrouw doorbreekt deze solidariteit niet. De behoefte van de vrouw wordt op €3.139 netto per maand vastgesteld, rekening houdend met diverse posten zoals huur, kleding, auto en andere kosten, verminderd met haar inkomen van €2.750 bruto per maand.
De draagkracht van de man wordt vastgesteld op een netto besteedbaar inkomen van €5.882 per maand, waarbij geen rekening wordt gehouden met huurinkomsten uit verhuur van een woning die eigendom is van een vennootschap waarin de man geen zelfstandig zeggenschap heeft. De man is ruimschoots in staat om in de aanvullende behoefte van de vrouw te voorzien.
Het hof wijst het verzoek tot beperking van de duur van de alimentatie af, aangezien de vrouw haar verdiencapaciteit volledig benut en niet in haar behoefte kan voorzien. De partneralimentatie wordt vastgesteld op €1.839 bruto per maand met ingang van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Terugvordering van teveel betaalde alimentatie wordt afgewezen gezien de omstandigheden.
Uitkomst: De man is verplicht partneralimentatie te betalen van €1839 bruto per maand zonder duurbeperking vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.