ECLI:NL:GHAMS:2017:3151
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning en omgangsregeling tussen vader en minderjarige
In deze zaak stond het verzoek van de man centraal om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van zijn minderjarige kind en het vaststellen van een omgangsregeling. De vrouw, moeder van het kind, verzette zich tegen de erkenning uit vrees voor negatieve gevolgen voor de emotionele ontwikkeling van het kind en haar eigen psychische gesteldheid.
Het hof heeft de eerdere rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en aanvullend onderzoek betrokken bij haar oordeel. Ondanks de stress en burn-out van de vrouw acht het hof niet aannemelijk dat de erkenning de belangen van het kind of de moeder schaadt. De man is de biologische vader en het belang van het kind en de man bij erkenning weegt zwaarder dan de bezwaren van de vrouw.
Ten aanzien van de omgang is vastgesteld dat geen ontzeggingsgronden aanwezig zijn. De omgang wordt gefaseerd opgebouwd, beginnend met vier momenten van twee uur per zes weken onder begeleiding van de vrouw, met een uitbreiding naar drie uur per zes weken en uiteindelijk onbegeleid contact. Het hof benadrukt het belang van begeleiding en het volgen van ondersteunende trajecten om het vertrouwen tussen partijen te herstellen.
De bestreden beschikking wordt deels vernietigd en deels bekrachtigd, waarbij de omgangsregeling wordt aangepast en de erkenning wordt bevestigd. De procedure benadrukt het belang van het kind en de rechtsbetrekking tussen vader en kind, met aandacht voor de emotionele en sociale belangen van alle betrokkenen.
Uitkomst: Het hof verleent vervangende toestemming voor erkenning en stelt een gefaseerde omgangsregeling vast onder begeleiding van de moeder.