Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding
2.De verdere beoordeling
3.Beslissing
3 december 2017 pro forma;
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak betreffende huwelijksvermogensrecht heeft het gerechtshof Amsterdam op 1 augustus 2017 een beschikking gegeven waarin een deskundige wordt benoemd om de economische waarde van een onroerende zaak te bepalen. De zaak betreft een hoger beroep waarin partijen het niet eens zijn geworden over de wijze van verrekening van kosten en leningen met betrekking tot een woning en bedrijfsmatig gebruikte onroerende zaak.
Het hof heeft uitgebreid de standpunten van partijen over de aflossingen, rente, hypothecaire leningen en verbouwingskosten beoordeeld. Daarbij is vastgesteld welke posten en bedragen in aanmerking worden genomen en welke niet, mede op basis van onderbouwingen en stukken die partijen hebben overgelegd. De vrouw heeft diverse posten erkend, terwijl andere door haar onvoldoende zijn gemotiveerd of betwist.
De deskundige, Arjan van der Waaij, is belast met het onderzoek naar de waarde van de onroerende zaak op verschillende tijdstippen, waaronder voor en na diverse verbouwingen en op de peildatum 31 december 2009. Partijen dienen elk de helft van het voorschot voor het deskundigenonderzoek te betalen. Na ontvangst van het deskundigenrapport krijgen partijen de gelegenheid om schriftelijk te reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden tot na de reactie op het deskundigenrapport.
Uitkomst: Het hof wijst een deskundige aan voor waardebepaling en houdt verdere beslissing aan tot na rapport en reacties.