ECLI:NL:GHAMS:2017:2833

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 mei 2017
Publicatiedatum
14 juli 2017
Zaaknummer
23-003051-16
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 14e SrArt. 33 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep bedreiging ex-partner met contactverbod en deels voorwaardelijke gevangenisstraf

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het bedreigen van zijn voormalige partner en haar zoon met een gevangenisstraf van zeven maanden en een contactverbod van twee jaar. In hoger beroep bevestigt het hof het bewezenverklaarde, maar vernietigt het vonnis voor wat betreft de straf en de vrijheidsbeperkende maatregel.

Het hof legt een gevangenisstraf van 210 dagen op, waarvan 45 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijke deel is een contactverbod gekoppeld dat gedurende de proeftijd geldt zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Dit contactverbod is dadelijk uitvoerbaar en wordt door de reclassering gecontroleerd.

De verdachte had zijn ex-partner en haar zoon gedurende langere tijd bedreigd, ook na schorsing van zijn voorlopige hechtenis onder contactverbod. Hij bezocht haar werkadres, bedreigde haar en beschadigde haar auto. Het hof acht dit een ernstige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer en wijst op eerdere soortgelijke veroordelingen. Het contactverbod is bedoeld herhaling te voorkomen.

Het hof wijst de maatregel van artikel 38v Sr af, zoals door de advocaat-generaal gevorderd. Daarnaast verklaart het hof verbeurd het in beslag genomen zilveren Samsung Galaxy S6-telefoon. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 24 mei 2017.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 210 dagen gevangenisstraf waarvan 45 voorwaardelijk met contactverbod en verbeurdverklaring van een telefoon.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003051-16
datum uitspraak: 24 mei 2017
TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 augustus 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13/684127-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1],
adres: [adres],
thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
27 september 2017, 10 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf en vrijheidsbeperkende maatregel. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, met aftrek van het voorarrest, alsmede verbeurd verklaring en heeft de vrijheidsbeperkende maatregel inhoudende een contactverbod met [slachtoffer] voor de duur van twee jaren, met een vervangende hechtenis van één maand per overtreding opgelegd.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 210 dagen, waarvan 41 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van het voorarrest, alsmede verbeurdverklaring en dat de vrijheidsbeperkende maatregel inhoudende een contactverbod met [slachtoffer] voor de duur van twee jaren zal worden opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zijn voormalige partner en haar zoon gedurende een langere periode bedreigende berichten gestuurd. Hij heeft haar in die berichten bedreigd met de dood. De verdachte is met het sturen van de berichten doorgegaan nadat zijn voorlopige hechtenis was geschorst onder de voorwaarde dat hij geen contact mocht opnemen met zijn voormalige partner. Tijdens die schorsing is de verdachte naar het werkadres van de aangeefster gegaan, heeft hij haar bedreigd en haar auto beschadigd. De verdachte heeft door op deze wijze te handelen op indringende en ontoelaatbare wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster, haar belemmerd en haar angst aangejaagd, hetgeen het hof de verdachte aanrekent.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 mei 2017 is hij eerder wegens soortgelijke strafbare feiten onherroepelijk veroordeeld.
Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Teneinde in de toekomst herhaling te voorkomen acht het hof het noodzakelijk aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te koppelen van een contactverbod met de aangeefster. Het hof zal bevelen dat deze bijzondere voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is, nu er op grond van hetgeen hiervoor werd overwogen ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen zijn voormalige partner. Gelet hierop ziet het hof ziet geen reden om daarnaast de maatregel van artikel 38v Sr op te leggen, zoals door de advocaat-generaal is gevorderd.

Beslissing ten aanzien van het beslag

Het onder bewezen verklaarde is begaan met behulp van het hierna te noemen in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp. Het behoort de verdachte toe. Het zal daarom worden verbeurd verklaard.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14e, 33, 33a, 38v, 38w, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straffen en de vrijheidsbeperkende maatregel en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 210 (tweehonderdtien) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 45 (vijfenveertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat het de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verboden is contact te leggen of te laten leggen met [slachtoffer], geboren op
[geboortedatum 2], zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.
Beveelt dat voormelde voorwaarde en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- Samsung Galaxy S6, kleur zilver.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. N.A. Schimmel en mr. R.A.F. Gerding, in tegenwoordigheid van mr. M. Venderbosch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 mei 2017.
[...]