Uitspraak
1.[appellant sub 1] ,
2. [appellant sub 2] ,
3. [appellant sub 3] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
primairdat wordt verklaard voor recht dat er een rechtsgeldige overeenkomst tot het gebruik door de Stichting van de nooddeuren en van het perceel van [appellanten] , dan wel van een strook daarvan vanaf de nooddeuren tot de openbare weg, is ontstaan;
subsidiair,dat het perceel van [appellanten] , dan wel een strook daarvan vanaf de nooddeuren tot de openbare weg, als buurweg althans als noodweg wordt aangewezen;
meer subsidiair, dat wordt verklaard voor recht dat [appellanten] onrechtmatig handelen dan wel misbruik van bevoegdheid maken doordat zij een behoorlijke exploitatie van de Stichting onmogelijk maken alsmede dat de Stichting om die reden recht heeft tot het gebruik van het perceel van [appellanten] , dan wel een strook daarvan vanaf de nooddeuren tot de openbare weg, met nevenvorderingen die ertoe strekken dat [appellanten] voor het gebruik door de Stichting van de nooddeuren geen belemmeringen creëren althans jegens de Stichting schadeplichtig zijn.
primairevordering van de Stichting niet toewijsbaar is. Wat betreft de onder 3.1.a
subsidiairgeformuleerde vordering was de rechtbank van oordeel dat door de Stichting onvoldoende is gesteld om het bestaan van een buurweg aan te kunnen nemen (rov. 4.14). Voor de subsidiair gevorderde aanwijzing tot noodweg was volgens rechtbank (rov. 4.18) nadere bewijslevering door de Stichting nodig van haar in rov. 4.16 weergegeven stellingen (waarover verder hierna). De
meer subsidiairegrondslagen van de vorderingen van de Stichting, te weten misbruik van bevoegdheid en onrechtmatige daad, leidden ten slotte volgens de rechtbank niet tot toewijzing van de reconventionele vordering (rov. 4.27).