ECLI:NL:GHAMS:2017:2686

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 februari 2017
Publicatiedatum
10 juli 2017
Zaaknummer
23-001666-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging hoger beroep wegens belediging politieambtenaar en verzet bij aanhouding

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor belediging van een politieambtenaar en verzet bij aanhouding. De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de politierechter in Amsterdam, die op 21 april 2016 een vonnis uitvaardigde. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 20 januari 2017 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van de straf die in eerste aanleg was opgelegd. Het hof besloot het vonnis van de politierechter te bevestigen, met een kleine aanpassing in de aanhef van een bewijsmiddel, namelijk een proces-verbaal van bevindingen van 7 oktober 2015.

Het arrest werd uitgesproken op 3 februari 2017 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam. Twee van de drie rechters waren niet in staat het arrest mede te ondertekenen. De uitspraak bevestigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte voor de ten laste gelegde feiten.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de politierechter en veroordeelt de verdachte voor belediging en verzet bij aanhouding.

Uitspraak

Parketnummer: 23-001666-16
Datum uitspraak: 3 februari 2017
TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 april 2016 in de strafzaak onder parketnummer
13-201952-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1982,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de aanhef van bewijsmiddel 2 aanvult. De aanhef zal als volgt luiden
Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2015223011-4 van 7 oktober 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [namen], beiden van de politie Eenheid Amsterdam.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. R.D. van Heffen en mr. P.H.M. Kuster, in tegenwoordigheid van
J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
3 februari 2017.
Mrs R.D. van Heffen en P.H.M. Kuster zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[........]
.