ECLI:NL:GHAMS:2017:260
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S.F. Schütz
- W.H.F.M. Cortenraad
- G.C. Boot
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof matigt boetes wegens overtreding concurrentiebeding en bevestigt geldigheid bedingen
De zaak betreft een hoger beroep van [appellant] tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam waarbij hij werd veroordeeld tot betaling van boetes wegens overtreding van het relatie-, geheimhoudings- en ontwikkelbeding uit zijn arbeidsovereenkomst met Infácy B.V. De arbeidsovereenkomst was in 2009 geëindigd. Infácy vorderde betaling van boetes en schadevergoeding wegens overtredingen van deze bedingen.
Het hof onderzocht het aantal overtredingen en oordeelde dat [appellant] elf keer het relatiebeding had geschonden, maar dat niet alle door Infácy gestelde overtredingen bewezen waren, zoals contacten met bepaalde ondernemingsraden zonder dat er sprake was van daadwerkelijke werkzaamheden. Het hof bevestigde dat de bedingen geldig zijn en dat er sprake was van meerdere overtredingen, vooral ten aanzien van de ondernemingsraden van Bosch, Beverwijk en Media Groep Limburg.
Daarnaast matigde het hof de boetes van € 27.500 naar € 20.000 wegens disproportionaliteit, rekening houdend met de omstandigheden zoals het ontslag zonder verwijt, leeftijd van [appellant], het niet eerder sommeren door Infácy en het feit dat de schade niet volledig was aangetoond. De overige vorderingen van Infácy werden afgewezen en de proceskosten werden deels gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof matigt de boetes wegens overtreding van het concurrentiebeding van € 35.000 naar € 20.000 en bevestigt de geldigheid van de bedingen.