ECLI:NL:GHAMS:2017:246
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-tijdige inschrijving echtscheidingsbeschikking
Partijen zijn in 1999 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. Zij zijn gescheiden bij beschikking van 21 juli 2015. De inschrijving van deze echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand vond echter pas plaats op 25 mei 2016, terwijl dit uiterlijk op 21 april 2016 had moeten gebeuren.
De vrouw en de man zijn in hoger beroep gekomen tegen delen van de beschikking over de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en de toedeling van woningen en hypotheken. Tijdens de procedure werd duidelijk dat de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking niet tijdig was gedaan, waardoor de beschikking haar kracht verloor volgens artikel 1:163 lid 3 BW Pro.
Het hof oordeelt dat hierdoor partijen niet-ontvankelijk zijn in hun hoger beroep, omdat het hoger beroep tegen een beschikking die haar kracht heeft verloren niet mogelijk is. De verzoeken van partijen worden daarom niet inhoudelijk behandeld en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Partijen zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep wegens niet-tijdige inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.