Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellante 1] ,
[appellante 2],
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het geschil betreft een tweede pauliana-zaak waarin appellanten vorderingen instelden tegen geïntimeerden over de eigendom en hypotheek van een pand aan een adres. Het hof bevestigde dat het pand eigendom bleef van geïntimeerde 1 en dat geïntimeerde 3 geen hypotheek op het pand kon vestigen.
Appellanten hebben meerdere grieven ingebracht, waaronder tegen de feitenvaststelling in het tussenarrest en tegen de afwijzing van hun vorderingen tot schadevergoeding en advocaatkosten. Het hof verwierp deze grieven, onder meer omdat appellanten onvoldoende inzichtelijk maakten dat zij schade hadden geleden die toewijsbaar was en omdat de eisvermeerdering niet was toegestaan gezien de procesorde.
Verder oordeelde het hof dat de vorderingen jegens geïntimeerden terecht zijn afgewezen en dat appellanten zich niet kunnen verhalen op het pand voor de gevorderde bedragen. De proceskostenveroordeling tegen appellanten werd bevestigd. Het arrest werd uitgesproken door drie raadsheren op 13 juni 2017.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellanten af met veroordeling in de proceskosten.