De verdachte werd beschuldigd van mishandeling van zijn echtgenote op 24 mei 2016 in Amsterdam, waarbij hij haar bij de arm vastpakte met pijn en gering letsel tot gevolg. Het hof achtte bewezen dat de verdachte deze handeling heeft verricht, maar sprak hem vrij van overige tenlasteleggingen.
De mishandeling vond plaats tijdens een echtelijke ruzie, waarbij de aanleiding lag in het harddrugsgebruik van de verdachte. Het hof nam mee dat het slachtoffer mishandeld werd in haar eigen woning door haar echtgenoot, wat de ernst van het feit vergroot.
De politierechter had een taakstraf van 20 uur opgelegd, subsidiair 10 dagen hechtenis. Het hof besloot de taakstraf voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van twee jaar, mede vanwege het afkicktraject van de verdachte in Marokko en het ontbreken van nieuwe vergrijpen sinds het bewezen feit.
De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het arrest van het hof is op 24 mei 2017 uitgesproken.