ECLI:NL:GHAMS:2017:2026
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorwaarden voor erkenning Pakistaanse huwelijksontbinding en Nederlandse rechterlijke bevoegdheid
Partijen zijn in 1998 in Pakistan gehuwd en hebben drie kinderen. De man heeft zowel de Pakistaanse als Nederlandse nationaliteit, de vrouw alleen de Pakistaanse. De rechtbank verklaarde de Nederlandse rechter onbevoegd vanwege een in Pakistan ontbonden huwelijk via 'talaq', erkend in de Nederlandse Basisregistratie Personen. De vrouw betwist de geldigheid van deze ontbinding en stelt dat zij niet op de hoogte was van een procedure in Pakistan.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter wel bevoegd is op grond van Brussel IIbis-verordening, omdat partijen ten tijde van het verzoek hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden. De erkenning van de Pakistaanse echtscheiding vereist een behoorlijke rechtspleging en rechtsmacht van de buitenlandse autoriteit, wat niet is komen vast te staan. De vrouw heeft niet ingestemd met de ontbinding en er is twijfel over het certificate.
Daarom vernietigt het hof de beslissing over onbevoegdheid en oordeelt dat de Nederlandse rechter ook bevoegd is over nevenvoorzieningen zoals huurrecht en huwelijksgoederengemeenschap. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere afdoening zonder inhoudelijke beoordeling door het hof.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking over onbevoegdheid en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.