ECLI:NL:GHAMS:2017:2021
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- G.B.C.M. van der Reep
- J. Jonkers
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgregeling en afwijzing begeleide omgangsvraag in vluchtelingengezin
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders die gezamenlijk het gezag uitoefenen over hun twee kinderen, geboren in China, die als vluchtelingen naar Nederland zijn gekomen. De vader verzoekt om een opbouwende, begeleide zorgregeling met de kinderen, waarbij omgang onder begeleiding van een instelling als I-Psy wordt voorgesteld, met het oog op een latere onbegeleide omgang. De moeder verzet zich tegen deze regeling, vooral vanwege de angsten van de kinderen en de moeizame relatie met de vader.
De rechtbank had eerder het verzoek van de vader afgewezen, waarbij werd geoordeeld dat een zorgregeling op dat moment niet in het belang van de kinderen was. Het hof bevestigt dit oordeel en bekrachtigt de bestreden beschikking. Het hof stelt vast dat de situatie van het gezin complex is door de vluchtelingenachtergrond, de onzekere verblijfsstatus van de moeder en de spanningen binnen het gezin.
Het hof overweegt dat het contact tussen de vader en de jongste zoon [kind B] voorzichtig wordt opgebouwd onder begeleiding en dat dit traject moet worden voortgezet. Het contact met de oudste dochter [kind A] wordt door haar afgewezen en het hof respecteert haar duidelijke wens. Het belang van de kinderen staat voorop en het hof acht het verzoek van de vader tot een zorgregeling op dit moment niet passend. De inbreuk op het recht op familie- en gezinsleven wordt als gerechtvaardigd beschouwd.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het verzoek van de vader wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking en wijst het verzoek tot een begeleide zorgregeling af vanwege het belang en de kwetsbaarheid van de kinderen.