Uitspraak
- [de vader] (verder te noemen: de vader);
- [pleegmoeder] en [pleegvader] (verder te noemen: de pleegouders), met hun advocaat: mr. R. Heemskerk te Den Haag.
Gerechtshof Amsterdam
Na beëindiging van het ouderlijk gezag over de kinderen [kind a] en [kind b], woonachtig bij pleegouders, is een omgangsregeling tussen de moeder en de kinderen vastgesteld. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om een omgangsregeling van eenmaal per twee weken op zondag en eenmaal per zes weken een overnachting in het derde omgangsweekend, met diverse voorwaarden.
De moeder en pleegouders gingen akkoord met de omgangsregeling, maar waren verdeeld over de door de GI gestelde voorwaarden, zoals verplichte begeleiding door het SIG, communicatieverplichtingen en beperkingen tijdens vakanties. Het hof oordeelde dat voorwaarden zonder directe relatie tot de omgang, zoals het verbod op ruzies met buren en het slapen in eigen bed, geen grondslag vinden in artikel 1:377a BW en daarom niet kunnen worden opgelegd.
De voorwaarde tot begeleiding door het SIG werd passend geacht in het belang van de kinderen, evenals het afwijzen van de door de moeder voorgestelde compensatie voor gemiste vakantiedagen vanwege het belang van regelmaat. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en stelde de omgangsregeling vast zoals door de GI verzocht, met afwijzing van overige verzoeken.
Uitkomst: Het hof stelde een omgangsregeling vast van eenmaal per twee weken op zondag en eenmaal per zes weken een overnachting, met afwijzing van onrechtmatige voorwaarden.