Op 2 december 2014 vond een woninginbraak plaats te Amsterdam waarbij geld, gouden oorbellen en een horloge werden weggenomen. De verdachte werd samen met twee medeverdachten betrapt nabij de woning, waarbij getuigen verklaarden dat drie mannen betrokken waren bij de inbraak. Eén medeverdachte werd op heterdaad aangehouden, terwijl de verdachte en een andere medeverdachte werden aangehouden in een zilverkleurige stationwagen vlakbij.
De verdachte ontkende betrokkenheid en gaf een verklaring die het hof ongeloofwaardig achtte, mede omdat getuigen verklaarden dat de auto tijdens de inbraak leeg was en dat twee mannen na de inbraak in de auto stapten. Het hof concludeerde dat de verdachte medepleger was, omdat hij samen met anderen de woning binnenging, op uitkijk stond en vluchtte na de inbraak.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van vier maanden, met aftrek van voorarrest. Het hof motiveerde de straf met de ernst van het feit, de schending van het huisrecht en de maatschappelijke impact van woninginbraken. Ook werd een personenauto in beslag genomen en bewaard ten behoeve van de rechthebbende.