Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM, als nevenzittingsplaats van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
1.[appellante sub 1] ,
mr. Johannes Cornelis Jacobus SMALLENBROEK,
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
.
welke ik in deze verklaring aan mijn dochter [appellante sub 1] toeken.(…)”
worden vasculaire beperkingen genoemd. En dus nadrukkelijk niet vasculaire dementie (. . .). Dit is van belang omdat er een duidelijk verschil is tussen een beperking en onvermogen. (. . .)”
“De Deyn, PP (neuro)”(hierna: De Deyn) geadresseerde e-mail met de volgende inhoud:
3.Beoordeling
. Hetgeen vreemd is in het licht van de beschreven ‘afasie’ (. . .).
: Naar aanleiding van een verzoek van de notaris bezoek ik haar uit zorgvuldigheid nogmaals.
haar als wilsbekwaam.
van ernstige vasculaire encephalopathie.
“the clinical context as outlined by her son”, waaronder de door appellanten bestreden omstandigheid dat voormelde medische verklaring al in werking was getreden, zoals verwoord in de verklaring:
dus dat het erg ongewoon is dat de mate van wilsbekwaamheid zodanig schommelt dat die soms niet, en later weer wél aanwezig zou zijn. Ik kan een dergelijke situatie bij ouderen eigenlijk alleen voorstellen in het geval sprake is van delier, maar omdat deze term nergens valt, noch sprake is van een beschrijving die hiernaar zou kunnen verwijzen, denk ik niet dat hiervan sprake zou kunnen zijn. Het is juist dat een van de criteria voor een vasculaire dementie ‘schommelingen in het toestandsbeeld’ betreft, maar deze schommelingen zijn niet van dien omvang en aard dat iemand eerst een periode niet, later weer een periode wel en weer later niet meer wilsbekwaam is.
“sterk ruikende urine (. . .), lijkt ook verward vlgs de thuiszorg. urine: nitr+, leuk+++, alb+, bl+++”. Ook is bij dat verzoek gevoegd e-mail correspondentie tussen de advocaat van appellanten en Janse. De vraag of Janse in 2011 het medisch dossier van erflaatster van huisarts De Kort heeft ontvangen dan wel opgevraagd, is door Janse in zijn e-mail van 16 februari 2017 met “nee” beantwoord.
dat er geen feitelijk bewijs is uit het medische dossier voor een (vasculaire) dementie die zodanig ernstig zou zijn dat betrokkene op 1-8-11 NIET wilsbekwaam zou zijn geweest. Alle overige medische informatie (collega Janse) dateert van ruim daarna en is derhalve niet relevant, zeker nu ook is komen vast te staan dat betrokkene aantoonbaar meerdere urineweginfecties heeft gehad met ‘verwardheid’ volgens de huisarts, ten tijde van de observaties van collega Janse.