ECLI:NL:GHAMS:2017:1711

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 mei 2017
Publicatiedatum
8 mei 2017
Zaaknummer
200.181.122/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering CVvE inzake asbestinventarisatie en risicobeoordeling in winkelpand

In deze civiele zaak stond een geschil centraal tussen de Coöperatieve Vereniging van Eigenaren in het Winkelcentrum Schalkwijk en een individuele eigenaar over de kosten van een asbestinventarisatie en een risicobeoordeling in een winkelpand. De rechtbank had de vordering van de CVvE deels toegewezen, maar het hof heeft dit oordeel herzien.

Het hof heeft in een tussenarrest vastgesteld dat de geïntimeerde gehouden was de kosten van € 910 exclusief btw voor de asbestinventarisatie aan de CVvE te vergoeden, maar dat onduidelijk was of deze betaling was voldaan. De CVvE heeft vervolgens bevestigd dat dit bedrag reeds was ontvangen, waardoor toewijzing van deze vordering niet meer nodig was.

Verder heeft het hof geoordeeld dat de door de rechtbank ten dele toegewezen vordering van de CVvE met betrekking tot de kosten van de risicobeoordeling alsnog geheel moet worden afgewezen. De overige grieven van partijen faalden of behoefden geen bespreking.

Ten slotte is de CVvE als grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van zowel de eerste aanleg als het hoger beroep, waarbij de kosten aan de zijde van de geïntimeerde zijn begroot op diverse bedragen voor verschotten en salaris. De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering van de CVvE wordt afgewezen en de CVvE wordt veroordeeld in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.181.122/01
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland: C/15/220052 / HA ZA 15-13
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 2 mei 2017
(bij vervroeging)
inzake
COÖPERATIEVE VERENIGING VAN EIGENAREN IN HET WINKELCENTRUM SCHALKWIJK U.A. ,
gevestigd te Haarlem,
appellante in principaal appel,
geïntimeerde in incidenteel appel,
advocaat: mr. B.J. Groenhuijzen te Rosmalen,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
appellante in incidenteel appel,
geïntimeerde in principaal appel,
advocaat: mr. V.M.A. Vos te Haarlem.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna wederom de CVvE en [geïntimeerde] genoemd.
In deze zaak is door het hof op 20 december 2016 een tussenarrest gewezen (hierna: het tussenarrest). Voor het verloop van het geding tot aan die datum wordt naar het tussenarrest verwezen.
Vervolgens heeft de CVvE een akte genomen.
Ten slotte hebben partijen andermaal arrest gevraagd.

2.Verdere beoordeling van het hoger beroep

2.1
Het hof heeft in 3.7 van het tussenarrest overwogen dat niet ter discussie staat dat [geïntimeerde] gehouden is de CVvE de kosten in verband met de asbestinventarisatie ter grootte van € 910,-- exclusief btw te vergoeden maar dat, samengevat, niet duidelijk is of de CVvE deze betaling heeft ontvangen. Derhalve heeft het hof aan de CVvE de gelegenheid geboden zich hierover bij akte uit te laten.
2.2
De CVvE heeft vervolgens een akte genomen, waarin staat vermeld dat zij op 13 mei 2016 een bedrag van € 910,-- exclusief btw heeft ontvangen. Tot toewijzing van dit – door [geïntimeerde] verschuldigde – bedrag bij rechterlijke uitspraak bestaat derhalve geen aanleiding.
2.3
In het tussenarrest heeft het hof (voor het overige) alle grieven behandeld en in rov 3.5.3 geconcludeerd dat de grieven B en C in incidenteel appel slagen en het bestreden vonnis in zoverre dient te worden vernietigd, dat de door de rechtbank ten dele toegewezen vordering ter zake van de kosten van de risicobeoordeling alsnog geheel moet worden afgewezen. Ook heeft het hof in het tussenarrest in rov 3.6 overwogen dat de overige grieven (in principaal appel en incidenteel appel) falen dan wel geen bespreking meer behoeven.
Ten slotte heeft het hof in rov 3.8 overwogen dat de CVvE als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij de kosten van zowel de eerste aanleg als het hoger beroep (principaal en incidenteel appel) zal hebben te dragen en de bewijsaanbiedingen van partijen zullen worden gepasseerd.
2.4
De in 2.3 genoemde overwegingen zal het hof in het dictum vastleggen als na te melden.

3.Beslissing

Het hof:
vernietigt het bestreden vonnis en, opnieuw recht doende, wijst de vordering van de CVvE af;
veroordeelt de CVvE in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 876,-- aan verschotten en € 1.158,-- aan salaris alsmede in de kosten van het geding in hoger beroep, in principaal appel aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 711,-- aan verschotten en € 1.158,-- aan salaris en in incidenteel appel tot op heden begroot op € 579,-- aan salaris;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. E.M. Polak, R.J.M. Smit en H.M.M. Steenberghe en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2017.