ECLI:NL:GHAMS:2017:1688
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens verblijf in Nederland ondanks inreisverbod zonder strafoplegging
De verdachte werd ervan verdacht op 4 februari 2016 in Nederland te verblijven terwijl tegen hem een inreisverbod was uitgevaardigd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf.
In hoger beroep betoogde de verdediging dat het inreisverbod onrechtmatig was en dat de verdachte daarom vrijgesproken moest worden. Het hof oordeelde dat het inreisverbod rechtens onaantastbaar was en dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen was.
Echter, omdat de terugkeerprocedure nog niet was afgerond en de verdachte wachtte op een nooddocument, oordeelde het hof dat het opleggen van een onvoorwaardelijke straf in strijd zou zijn met de Terugkeerrichtlijn. Daarom werd het vonnis vernietigd en werd de verdachte vrijgesproken zonder strafoplegging.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 mei 2017.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken zonder strafoplegging wegens lopende terugkeerprocedure ondanks bewezen verblijf met inreisverbod.