ECLI:NL:GHAMS:2017:1609
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.F.G.H. Beckers
- M.C. Schenkeveld
- M. van Yperen-Groenleer
- Rechtspraak.nl
Verzoek vader om ouderlijk gezag over minderjarige afgewezen wegens gegronde vrees voor belangenverwaarlozing
De vader heeft in hoger beroep verzocht om het ouderlijk gezag over zijn minderjarige zoon te verkrijgen, wiens voogdij momenteel bij een gecertificeerde instelling (GI) berust. De minderjarige is prematuur geboren en verblijft sinds april 2016 in een pleeggezin vanwege zijn kwetsbare gezondheid en de complexe thuissituatie. De moeder is onder curatele gesteld en woont begeleid.
De rechtbank had het verzoek van de vader eerder afgewezen, en het hof bevestigt deze beslissing. Het hof overweegt dat het gezag slechts kan worden toegekend indien er geen gegronde vrees bestaat dat de belangen van het kind worden verwaarloosd. Gezien de broze gezondheid van het kind, de langdurige ziekenhuisopnames, de ontwikkelingsachterstand en de gebrekkige communicatie en samenwerking tussen de vader, de moeder en de hulpverlening, acht het hof het niet veilig om het gezag aan de vader toe te kennen.
De GI heeft benadrukt dat thuisplaatsing bij de vader momenteel geen optie is, mede vanwege zijn eerdere behoefte aan begeleiding en de gespannen relatie met de hulpverlening. De vader heeft sinds juli 2016 geen omgang gehad met de minderjarige, wat ook zorgelijk wordt geacht. De moeder heeft haar verzoek om het gezag te verkrijgen ingetrokken.
Het hof concludeert dat het belang van het kind het best wordt gediend met voortzetting van de voogdij bij de GI en wijst het verzoek van de vader af. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om het ouderlijk gezag over de minderjarige te verkrijgen wordt afgewezen en de voogdij blijft bij de gecertificeerde instelling.