ECLI:NL:GHAMS:2017:1600
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek moeder tot gezagsbelasting vanwege belangenverwaarlozing kind
De moeder verzocht om met het ouderlijk gezag over haar kind te worden belast, terwijl het kind sinds de geboorte in een netwerkpleeggezin verblijft vanwege de ernstige psychische problemen en zwakbegaafdheid van de moeder.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) stelden dat het niet in het belang van het kind is om het gezag aan de moeder toe te wijzen, mede omdat de moeder niet samenwerkt, psychologische begeleiding ontwijkt en het kind sinds de geboorte niet heeft gezien.
Het hof overwoog dat de moeder ernstige psychiatrische problematiek heeft, waaronder een reactieve hechtingsstoornis en mogelijk borderline, en onvoldoende pedagogische vaardigheden bezit. Gezien deze omstandigheden bestaat er gegronde vrees dat de belangen van het kind worden verwaarloosd bij toewijzing van het gezag aan de moeder.
Het hof wees het verzoek van de moeder af en benoemde de GI tot voogd. Tevens vernietigde het hof de eerdere beschikking die het gezag aan de moeder had beëindigd en de GI tot voogd had benoemd, en verklaarde de nieuwe beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder om met het gezag over het kind te worden belast af en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.