Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[appellante] .,
1.Het geding na verwijzing door de Hoge Raad
2.Feiten
in all matters pertaining to’ de [registratienummer 2] . Op 7 juni 2004 heeft [appellante] een gelijkluidende, ook door [geïntimeerde] getekende, schriftelijke volmacht verleend aan [geïntimeerde] ‘
in all matters pertaining to’ de [registratienummer 1] . Deze schriftelijke volmachten zijn gegeven ter bevestiging van eerder gegeven mondelinge volmachten.
3.Beoordeling
local managing director” beschouwde. Dat [B] zich niet actief bemoeide met de verkoop van de vliegtuigen vindt (onder meer) steun in de aanvangszin van het door [geïntimeerde] aan Normandy Bay Corp op 6 september 2004 verzonden faxbericht (“
Long time no hear”), de vermelding in het faxbericht aan de escrow company dat [geïntimeerde]
on behalf of(
o.b.o.) [A] optrad (vgl. producties Y bij memorie van antwoord) en het feit dat de vele checklists waarin melding wordt gemaakt van de betrokken vliegtuigen en de verkoop daarvan aan [A] (en nooit aan [B] ) zijn gericht (vgl. producties A1 tot met A11, A13, C1 tot en met C5, C7 tot en met C10, C13 bij conclusie van antwoord).
Dit is echt in jou opdracht gebeurt!!” wijst erop dat (althans in de beleving van [geïntimeerde] ) de overboeking op de rekening van Dynamic met instemming van [A] is geschied. Dat, anders dan de rechtbank heeft aangenomen, niet als gevolg van ingrijpen van [appellante] maar op instigatie van de betrokken escrow company, Aero Records, de aanbetaling niet aan Tulip Air Lease maar aan [appellante] is overgemaakt valt op te maken uit producties Y 1 en Y 2 bij memorie van antwoord.