Uitspraak
1.Inhoud van het verzoek
2.Procesverloop
3.Beoordeling van het hoger beroep
4.Beslissing
- € 13,-- o.v.v. 5132 5420 0273 4548;
- € 142,-- o.v.v. 2132 5420 0220 0948;
- € 125,-- o.v.v. 5132 5420 0162 1269.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant verzocht om vergoeding van kosten rechtsbijstand ten bedrage van €280 en een verhoging tot €550 voor behandeling in raadkamer. De rechtbank wees het verzoek toe zonder behandeling in openbare raadkamer en verrekende het bedrag met openstaande geldboetes. Appellant stelde dat geen hoor en wederhoor had plaatsgevonden omdat hij niet beschikte over het overzicht van openstaande zaken van het CJIB. Het hof oordeelde dat de rechtbank niet de vereiste procesorde had gevolgd, waardoor de beschikking nietig was.
Het hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de beschikking en bepaalde dat de procedure overeenkomstig de wet opnieuw moest worden behandeld. Het hof kende op grond van billijkheid een vergoeding van €280 toe voor de kosten van het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De hogere vergoeding voor behandeling in raadkamer werd in een andere zaak toegekend, zodat deze hier niet werd toegekend.
Verder werd vastgesteld dat de openstaande geldboetes op grond van artikel 90 lid 3 Sv Pro vatbaar zijn voor verrekening met de toegekende vergoeding. Het overzicht van het CJIB werd als juist beschouwd en de verrekening werd toegepast. De beschikking werd onverwijld betekend aan appellant.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en kent appellant een vergoeding van €280 toe met verrekening van openstaande geldboetes.