ECLI:NL:GHAMS:2017:1256
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- M.F.G.H. Beckers
- T.M. Subelack
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezag moeder over minderjarige wegens ongeschiktheid opvoeding
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het gezag over haar dochter, geboren in 2013, beëindigde en de GI met voogdij belastte. De minderjarige verblijft sinds haar geboorte bij pleegouders vanwege ernstige zorgen over de opvoedingssituatie. De moeder betoogde dat zij met juiste hulp binnen een aanvaardbare termijn de zorg zou kunnen dragen en verzocht om opname in een moeder-kind huis ter observatie.
Het hof oordeelt dat de moeder onvoldoende pedagogische capaciteiten bezit en haar leven nog steeds instabiel is, met aanhoudende psychische problemen en contacten met politie. Uit diverse onderzoeken, waaronder van JBRA Infant Mental Health, blijkt dat het perspectief voor de opvoeding bij de pleegouders ligt. De moeder heeft sinds juni 2016 geen contact meer met de minderjarige, mede doordat zij het niet eens is met de voorwaarden voor omgang.
Het hof vindt dat het belang van de minderjarige prevaleert en dat een onderzoekstraject naar terugplaatsing niet verantwoord is. De beëindiging van het gezag is daarom terecht en het beroep van de moeder op artikel 8 EVRM Pro en het IVRK faalt. De beschikking wordt bekrachtigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over de minderjarige en wijst het hoger beroep af.