ECLI:NL:GHAMS:2017:114
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- A.R. Sturhoofd
- C.M.J. Peters
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en regresvordering doorlopend krediet na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2015 gescheiden. Het geschil betreft de verdeling van de huwelijksgemeenschap per peildatum 15 augustus 2014, met name over de toedeling en waardering van een auto, de draagplicht voor een doorlopend krediet en de verdeling van de inboedel.
De vrouw stelde dat de auto niet meer tot de gemeenschap behoorde en dat de man de gehele schuld van het doorlopend krediet moest dragen. Het hof oordeelde dat de auto nog tot de gemeenschap behoort, omdat de vrouw onvoldoende bewijs leverde van eigendomsoverdracht. De waarde van de auto werd vastgesteld op € 5.000,-. De vrouw had de schuld van het doorlopend krediet zonder redelijke grond verhoogd, waardoor zij de gemeenschap benadeelde.
Het hof bepaalde dat de man regresvordering heeft op de vrouw voor aflossingen en rentebetalingen die hij heeft voldaan voor het doorlopend krediet. Tevens werd de vrouw veroordeeld tot betaling van de helft van de kosten voor het verkoopklaar maken van de woning. De overige grieven van de vrouw werden afgewezen en de bestreden beschikking werd grotendeels bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking, bepaalt regresrecht van de man op de vrouw voor het doorlopend krediet en veroordeelt de vrouw tot betaling van € 216,67 aan de man.