ECLI:NL:GHAMS:2017:11
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.M.J. Peters
- R.G. Kemmers
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging benoeming bewindvoerder volgens voorkeur rechthebbende
In deze civiele zaak stond de benoeming van een bewindvoerder over de goederen van de ouders centraal. De ouders zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hun vermogen was opnieuw onder bewind gesteld wegens hun geestelijke of lichamelijke toestand. De moeder had de voorkeur uitgesproken voor [C] als bewindvoerder, terwijl appellanten [X] en [Y] een andere bewindvoerder, [E], wilden benoemen.
Het hof heeft de stellingen van appellanten onderzocht, die onder meer wantrouwen jegens [C] en vermeend misbruik van haar positie aanvoerden. Deze beschuldigingen hadden betrekking op zakelijke geschillen binnen het familiebedrijf en het beheer van het vermogen. Na zorgvuldige beoordeling concludeerde het hof dat niet is komen vast te staan dat [C] in strijd met de belangen van de ouders heeft gehandeld of haar positie heeft misbruikt.
Verder oordeelde het hof dat de moeder voldoende wilsbekwaam was om haar voorkeur kenbaar te maken en dat de benoeming van [C] als bewindvoerder passend is, mede gezien haar rol als gevolmachtigde en mantelzorger. De voorkeur van de rechthebbende dient te worden gevolgd tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten, wat hier niet het geval was. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees het verzoek van appellanten af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van [C] als bewindvoerder en wijst het verzoek van appellanten af.