Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[APPELLANT SUB 1]
[APPELLANTE SUB 2] ,
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen appellanten en geïntimeerde over een bemiddelingsovereenkomst voor de aankoop van een stuk grond in Portugal. Appellanten vorderen schadevergoeding wegens tekortkoming en onrechtmatig handelen van geïntimeerde. De rechtbank Amsterdam had zich onbevoegd verklaard vanwege het ontbreken van rechtsmacht.
Het hof stelt vast dat geïntimeerde een onderneming dreef met een filiaal in Nederland, waaronder een postadres in Amstelveen en Nederlandse telefoonnummers. Het geschil betreft een overeenkomst of onrechtmatige daad die verband houdt met de exploitatie van dat filiaal. Daarom is de Nederlandse rechter op grond van artikel 5 lid 5 van Pro de EEX-Verordening bevoegd.
Verder oordeelt het hof dat het verzet tegen het verstekvonnis tijdig is gedaan, binnen de wettelijke termijn, en dat het bewijsaanbod van appellanten niet ter zake dienend is. De vorderingen tot verstrekking van afschriften van bepaalde bescheiden worden afgewezen wegens gebrek aan belang.
Het hof vernietigt de bestreden vonnissen en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak en de voorwaardelijke reconventie van geïntimeerde. De kosten van het hoger beroep worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor inhoudelijke behandeling.