ECLI:NL:GHAMS:2016:864
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake onverschuldigde betaling en aandeelhoudersgeschil Brouwer B.V.
Brouwer B.V. is in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van haar vordering tot terugbetaling van een bedrag van €512.594 dat onverschuldigd zou zijn betaald aan geïntimeerde via een en/of-rekening die zij met [X] deelde. De rechtbank had de vordering tegen geïntimeerde afgewezen, maar het hof stelt vast dat de bijschrijvingen op de en/of-rekening ook betalingen aan geïntimeerde zijn in de zin van artikel 6:203 BW Pro.
Hoewel geïntimeerde zich niet bewust was van de betalingen en geen financieel voordeel had, zijn deze omstandigheden volgens het hof niet relevant voor de kwalificatie van onverschuldigde betaling. Op grond van artikel 3:166 lid 2 BW Pro is geïntimeerde gerechtigd tot de helft van het bedrag op de en/of-rekening, maar rekening houdend met openstaande loon- en dividendvorderingen is slechts €3.464 onverschuldigd betaald.
Het hof wijst de vordering toe tot dit bedrag met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De overige grieven behoeven geen behandeling. Daarnaast wijst het hof de gevorderde veroordeling van geïntimeerde in buitengerechtelijke kosten en beslagkosten af vanwege de geringe toegewezen vordering en het ontbreken van bewijs van onrechtmatigheid van het beslag.
Brouwer B.V. wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 8 maart 2016 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €3.464 met rente, overige vorderingen worden afgewezen.