Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klager diende een klacht in tegen de gerechtsdeurwaarder wegens onzorgvuldig en onprofessioneel handelen door ten onrechte een beschikking te betekenen en te dreigen met beslaglegging terwijl de alimentatie niet langer verschuldigd was.
De beschikking betrof een alimentatieverplichting uit een echtscheidingsconvenant die liep tot 2 juni 2013 of totdat de dochter in haar eigen levensonderhoud kon voorzien. De dochter was inmiddels meerderjarig, waardoor discussie ontstond over de duur van de alimentatieplicht.
De gerechtsdeurwaarder had de beschikking betekend op verzoek van de ex-echtgenote, maar trok deze later in na erkenning van een onjuiste interpretatie door de opdrachtgeefster. Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk laakbaar had gehandeld, hoewel er een fout was gemaakt in de vermelding van de opdrachtgever op het exploot.
De klacht werd ongegrond verklaard en de bestreden beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders bevestigd.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder is ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.