ECLI:NL:GHAMS:2016:734
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.A. van den Berg
- M. Wigleven
- J.W. Brunt
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder na huiselijk geweld en verblijf in Frankrijk
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het gezamenlijk gezag over de kinderen beëindigde en het gezag aan de moeder toekende. De kinderen verblijven sinds eind 2014 met de moeder in Frankrijk, waar zij in een veilige omgeving wonen en naar school gaan.
De vader betoogde dat het gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen moest blijven en stelde dat de moeder zonder toestemming de kinderen naar Frankrijk had meegenomen, wat hij als kinderontvoering kwalificeerde. De moeder stelde dat het huwelijk werd gekenmerkt door huiselijk geweld en dat het in het belang van de kinderen was dat zij alleen beslissingen kon nemen over de kinderen.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het bekrachtigen van de beschikking, onder meer vanwege de noodzaak van rust voor de kinderen en het gebrek aan communicatie tussen de ouders. Het hof oordeelde dat gezien de geschiedenis van huiselijk geweld, de angst van de moeder, en het verblijf in Frankrijk op een onbekend adres voor de vader, het gezamenlijk gezag onaanvaardbare risico's met zich meebrengt.
Het hof verwierp het betoog van kinderontvoering, omdat de vader sinds december 2014 in het gezag was geschorst en de moeder in overleg met de gezinsvoogd handelde. Het hof bekrachtigde de beschikking en kende het eenhoofdig gezag toe aan de moeder.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die het gezamenlijk gezag beëindigt en het eenhoofdig gezag aan de moeder toekent.