ECLI:NL:GHAMS:2016:723
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.A.J. Dun
- M.L.D. Akkaya
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij lening en renovatie zonder vergunning
Appellant [X] voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zijn schuld aan ING Bank niet te goeder trouw was ontstaan. Hij had een pizzeria gerund en was daarna begonnen met renovatieprojecten, waarbij hij voor twee projecten bouwvergunningen had verkregen, maar voor het derde project niet. Desondanks was hij gestart met de verbouwing zonder vergunning, wat leidde tot financiële problemen.
Het hof oordeelde dat het niet aannemelijk was dat appellant te goeder trouw was, omdat hij het risico van het ontbreken van een vergunning bewust had genomen. Het feit dat hij later een vergunning had aangevraagd en dat eerdere projecten wel vergunningen hadden, maakte dit niet anders. Hierdoor stond de schuld aan ING Bank een toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg.
Appellant stelde dat hij zijn situatie had verbeterd door het staken van zijn onderneming, het verkrijgen van een uitkering en medische behandeling. Het hof vond dit onvoldoende aannemelijk om te concluderen dat hij de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle had gekregen.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw.