ECLI:NL:GHAMS:2016:569
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.F.G.H. Beckers
- M. Wigleven
- J.W. Brunt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezag, omgang en kinderalimentatie na beëindiging relatie ouders
Partijen, de man en de vrouw, zijn gescheiden ouders van een minderjarige geboren in 2009. De man heeft de minderjarige erkend en het kind verblijft bij de vrouw. In hoger beroep zijn geschilpunten het gezag, de hoofdverblijfplaats, de omgangsregeling, de informatieregeling en de kinderalimentatie.
De rechtbank had het verzoek van de man tot gezamenlijk gezag afgewezen en de hoofdverblijfplaats bij de vrouw vastgesteld. Tevens was een omgangsregeling vastgesteld en werd de man veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie van €430 per maand. De man verzocht het hof de kinderalimentatie per 1 augustus 2015 op nihil te stellen en gezamenlijk gezag toe te wijzen.
Het hof oordeelt dat niet is voldaan aan de wettelijke gronden voor afwijzing van gezamenlijk gezag en wijst dit verzoek toe. De hoofdverblijfplaats blijft bij de vrouw, omdat dit in het belang van het kind is. De omgangsregeling wordt vastgesteld met verblijf bij de man om de veertien dagen van vrijdagmiddag tot zondagavond. De informatieregeling wordt beperkt tot eenmaal per drie maanden. De kinderalimentatie wordt per 1 augustus 2015 op nihil gesteld. Het hof benadrukt dat partijen zich zullen aanmelden voor een traject ter verbetering van de communicatie.
De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de overige verzoeken van de man worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst gezamenlijk gezag toe, handhaaft de hoofdverblijfplaats bij de moeder, stelt de omgangsregeling vast en stelt kinderalimentatie per 1 augustus 2015 op nihil.