ECLI:NL:GHAMS:2016:5594

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 november 2016
Publicatiedatum
27 december 2016
Zaaknummer
23-000150-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van diefstal met valse sleutel

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van diefstal met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van geldbedragen met gebruik van een valse sleutel (pinpas). Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende specifiek en overtuigend was om tot een bewezenverklaring te komen.

Het bewijs bestond onder meer uit een proces-verbaal waarin een verbalisant aangaf dat de dader op een foto grote gelijkenis vertoonde met de broer van verdachte en dat hij direct dacht dat het verdachte zelf was. Daarnaast was er een gezichtsherkenningsrapport dat slechts een 52% match toonde tussen de verdachte en de dader op de foto. Het hof vond deze bewijsmiddelen onvoldoende om de schuld van verdachte vast te stellen.

De benadeelde partij, een bedrijf, had een vordering tot schadevergoeding ingesteld, maar deze werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak van verdachte. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 november 2016.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

Parketnummer: 23-000150-16
Datum uitspraak: 17 november 2016
TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 december 2013 in de strafzaak onder parketnummer 14-198377-12 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1982,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Noord Holland Noord, Unit Zuyder Bos te Heerhugowaard.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 november 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
hij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 15 december 2011 tot en met 16 december 2011, te Alkmaar en/of Amsterdam, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bedrag van 1250 euro en/of een bedrag van 750 euro, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte de/het weg te nemen goed(eren) (telkens) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (pinpas);
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Met de raadsvrouw en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Het proces-verbaal van 22 februari 2012 houdt slechts in dat de verbalisant [verbalisant] zag dat de dader van het tenlastegelegde feit, die was afgebeeld op de in RI Online geplaatste foto, grote gelijkenis vertoonde met de verdachte
endiens broer en dat de verbalisant bij het zien van die foto direct
dachtdat het de verdachte betrof. Uit het gezichtsherkenningsrapport van 21 februari 2012 komt naar voren dat de selectiefoto van de verdachte slechts voor 52% matcht met de inputfoto die is gemaakt van de dader van het tenlastegelegde feit.
Het proces-verbaal van herkenning en het gezichtsherkenningsrapport zijn zelfs in onderling verband en samenhang bezien te weinig specifiek om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
Deze beslissing brengt met zich mee dat
de benadeelde partijniet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam]
Verklaart de benadeelde partij [bedrijfsnaam] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G.M. Boekhoudt, mr. W.M.C. Tilleman en mr. S. Bek, in tegenwoordigheid van J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 november 2016.