Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
d.d. 12 maart 2014] is, behoudens gegevens van de onroerende zaak en van een tweetal vergelijkingsobjecten, tevens een berekening van de waarde van de onroerende zaak opgenomen, welke berekening is gebaseerd op de bij het taxatierapport gevoegde Taxatiewijzer Grond bij agrarische objecten (hierna: de Taxatiewijzer), met daarin een grondwaardetabel die betrekking heeft op ‘erf zonder een woning daarop’ in de regio [Y], die, naar de rechtbank begrijpt, is opgesteld op basis van verkopen in dat gebied. De berekening op grond van de Taxatiewijzer leidt tot een waarde van de onroerende zaak van € 52.869. De rechtbank heeft geen reden aan de juistheid van de gehanteerde tabel te twijfelen en is van oordeel dat verweerder hiermee aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem vastgestelde waarde van € 42.000 niet te hoog is. Ook de verkoopcijfers van de eveneens in het taxatierapport opgenomen vergelijkingsobjecten [vergelijkingsobject 1] en [vergelijkingsobject 2] - ook in de regio gelegen percelen grond met kassen en/of schuren en met een agrarische bestemming, met een gemiddelde waarde per vierkante meter van € 36,32 en € 36 - geven steun aan het oordeel dat de voor de onroerende zaak gestelde waarde van € 42.000 - met een gemiddelde waarde per vierkante meter van € 23 - niet te hoog is. (…)”