ECLI:NL:GHAMS:2016:5506
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurder aansprakelijk voor premieschulden wegens onrechtmatige daad jegens UWV
UWV had een vordering op [A] B.V. wegens niet afgedragen werkgeverspremies over 2002-2004, oplopend tot €160.708,59. De bestuurder, [geïntimeerde], verstrekte begin 2008 namens [A] een pandrecht op een vordering die reeds door de rechtbank Breda was afgewezen, zonder UWV hierover te informeren. Dit pandrecht was bedoeld om verdere incassomaatregelen te voorkomen.
UWV stelde [geïntimeerde] aansprakelijk op grond van artikel 16d Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). De rechtbank en hof Den Haag verwierpen dit, maar de Hoge Raad verwees de zaak terug. Het hof Amsterdam oordeelde dat [geïntimeerde] onrechtmatig handelde door UWV te misleiden en dat UWV daardoor schade leed doordat het verhaal op de bestuurder door verjaring verloren ging.
Het hof wees het verweer van eigen schuld af en stelde vast dat UWV bij juiste informatie tot verhaal op de bestuurder zou zijn overgegaan. Het vonnis van de rechtbank Den Haag werd vernietigd, de vordering van UWV alsnog toegewezen en [geïntimeerde] veroordeeld tot betaling van €60.708,59 plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De bestuurder is aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van €60.708,59 plus rente en kosten wegens onrechtmatige daad jegens UWV.