ECLI:NL:GHAMS:2016:5341

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 december 2016
Publicatiedatum
19 december 2016
Zaaknummer
23-001104-16
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 310 SrArt. 1 Wet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis winkeldiefstal met gewijzigde strafoplegging in hoger beroep

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 17 maart 2016, waarin verdachte werd veroordeeld voor winkeldiefstal. Het hof bevestigde het vonnis in alle onderdelen behalve de strafoplegging, die het vernietigde en opnieuw bepaalde.

De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 dagen, waarvan 14 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd de proeftijd van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken verlengd met één jaar. Het hof nam daarbij de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte in aanmerking.

Het hof benadrukte dat winkeldiefstal het eigendomsrecht van de winkelier schaadt en hinderlijk is. De verdachte had meerdere eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten. Daarnaast werd bepaald dat de verdachte zich gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van de reclassering dient te stellen en zich dient te houden aan afspraken met zorginstellingen.

De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de opgelegde gevangenisstraf. Het vonnis van de politierechter werd voor het overige bevestigd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 15 dagen gevangenisstraf, waarvan 14 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en verlenging van een eerdere proeftijd met één jaar.

Uitspraak

parketnummer: 23-001104-16
datum uitspraak: 23 november 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 maart 2016 in de strafzaak onder de parketnummers
13-701414-16 en 13-701526-15 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1952,
adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
9 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de straf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot gevangenisstraf van 1 (één) dag, met aftrek van de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht. De politierechter heeft eveneens de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 (twee) weken (parketnummer 13-701526-15) gelast.
Tegen het vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 dagen, waarvan 14 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren. De advocaat-generaal heeft eveneens gerekwireerd tot een verlenging van de proeftijd met 1 (één) jaar van de vordering tot tenuitvoerlegging.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. De verdachte heeft er aldus blijk van gegeven het eigendomsrecht van de betreffende winkel niet te respecteren. Winkeldiefstal is een hinderlijk feit dat voor de winkelier overlast meebrengt.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 31 oktober 2016 is hij eerder vele malen voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld.
Het hof acht, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14cen 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 31 mei 2015 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met aftrek, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, zal het hof de bij dat vonnis vastgestelde proeftijd met
1 (één) jaarverlengen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
14 (veertien) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde:
- dat de veroordeelde zich onverwijld stelt en gedurende de proeftijd blijft onder toezicht en leiding van de reclassering, GGZ Inforsa JVz, Keizersgracht 572 te 1017 EM Amsterdam, en zich gedurende die proeftijd gedraagt naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen, zolang deze instelling dat noodzakelijk oordeelt;
- dat veroordeelde zich houdt aan de afspraken/behandeling met Amsta of een soortgelijke instelling, ook als dit inhoudt woonbegeleiding en regelmatige huisbezoeken, minimaal eenmaal per week.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 31 mei 2015 parketnummer 13-701526-15, met een termijn van
1 (één) jaar.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. J.W. Moors en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van
G.J. van Klompenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 november 2016.
Mr. R.P. den Otter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[.]