ECLI:NL:GHAMS:2016:5339

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 december 2016
Publicatiedatum
19 december 2016
Zaaknummer
23-003822-15
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c SrArt. 63 SrArt. 310 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis winkeldiefstal met aangepaste strafoplegging

In deze zaak stond de verdachte terecht voor winkeldiefstal, zoals bewezen verklaard door de politierechter. De verdachte ging in hoger beroep tegen de opgelegde straf, die bestond uit een geldboete van €350,- subsidiair 7 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaar.

Het hof heeft het vonnis van de politierechter in alle opzichten bevestigd behalve ten aanzien van de straf. Gelet op de ernst van het feit, de hinder en schade die winkeldiefstal veroorzaakt, maar ook rekening houdend met het positieve levensverloop van de verdachte en het feit dat er sinds het plegen van het feit geen nieuwe strafbare feiten zijn gepleegd, heeft het hof een lagere straf passend geacht.

De opgelegde straf bestaat nu uit een geldboete van €150,-, subsidiair drie dagen hechtenis. Het hof baseert zich daarbij op de artikelen 23, 24, 24c, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht. De beslissing werd genomen tijdens de openbare terechtzitting van 23 november 2016 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Veroordeling tot een geldboete van €150,- subsidiair drie dagen hechtenis.

Uitspraak

parketnummer: 23-003822-15
datum uitspraak: 23 november 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 september 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-148509-14 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
9 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de straf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 350,00 subsidiair 7 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld, ten aanzien van de opgelegde straf.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 150,00 subsidiair 3 (drie) dagen hechtenis.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat naast schade tevens veel hinder veroorzaakt voor de gedupeerde personen.
Het hof houdt er in het voordeel van de verdachte rekening mee dat de verdachte haar leven een positieve wending heeft weten te geven en dat na het plegen van het feit inmiddels geruime tijd is verstreken zonder dat de verdachte opnieuw met justitie in aanraking is gekomen. Alles afwegende, en rekening houdend met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht, acht het hof een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 150,00 (honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
3 (drie) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. J.W. Moors en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van G.J. van Klompenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
23 november 2016.
Mr. R.P. den Otter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[.]