ECLI:NL:GHAMS:2016:5307
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling door openen deur zonder opzet tot letsel
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake mishandeling van de zus van verdachte. De tenlastelegging betrof het met kracht openen van een deur waardoor het slachtoffer pijn en letsel opliep, en het vasthouden of knijpen in de nek en duwen of trekken aan het lichaam.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting en de bestudering van het dossier concludeerde het hof dat weliswaar vaststaat dat verdachte de deur met kracht opende en het slachtoffer hierdoor letsel opliep, maar dat niet bewezen kon worden dat verdachte opzettelijk (ook in voorwaardelijke zin) pijn of letsel wilde toebrengen. Er was onvoldoende bewijs dat verdachte tegendruk voelde en desondanks doorging, noch dat hij de nek van het slachtoffer vastgreep of haar duwde of trok.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging. Tevens wees het hof de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf af, aangezien de vrijspraak de grondslag voor die tenuitvoerlegging wegneemt.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 14 december 2016.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet bewezen is dat hij opzettelijk pijn of letsel heeft toegebracht.