Uitspraak
Onderzoek van de zaak
1 december 2015, 4 augustus 2016 en 15 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tenlastelegging
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 januari 2008 tot en met 14 januari 2011 te Alkmaar, in elk geval in Nederland, (telkens) met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens) een en/of meermalen:
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak feit 3
vierin de tenlastelegging gespecifieerde “virtuele” afbeeldingen zijn er
drie“unallocated”.
drieafbeeldingen wel in zijn bezit heeft gehad zoals bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.
in de tenlasteleggingevenwel niet anders duiden dan dat de kern van het verwijt is dat juist de
uitsnedevan de afbeelding een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.
aanvullend proces-verbaal beschrijvingvan 3 november 2016 waarin deze foto wordt beschreven blijkt echter
nietdat het juist de
uitsnedeis die maakt dat de betreffende afbeelding een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling. Nu het tenlastegelegde ook overigens niet bewezen kan worden geacht op grond van het onderliggende proces-verbaal en hiervoor ook anderszins in het dossier dan wel het verhandelde ter terechtzitting geen bewijs kan worden gevonden dient de verdachte ook in zoverre van het aan hem onder 3 tenlastegelegde te worden vrijgesproken.
Bewijsoverweging feit 1
Bewezenverklaring
hij op in de periode van 15 januari 2008 tot en met 14 januari 2011 te Alkmaar, telkens met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die telkens mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte meermalen:
sin de vagina van die [slachtoffer] gestopt en die [slachtoffer] gevingerd en
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Voorlopige hechtenis
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
5 (vijf) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 5 (vijf) jaren geen medewerking heeft verleend aan reclasseringstoezicht als hieronder aangegeven, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
bijzondere voorwaarden:
- De veroordeelde is verplicht zich zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen drie dagen na zijn ontslag uit detentie te melden bij Reclassering Alkmaar, (thans gevestigd aan de [adres 2]). Hierna moet de verdachte zich, indien en zolang hij niet gedetineerd is, blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht en zich houden aan de aanwijzingen die hem door of namens die instelling worden gegeven;
- De veroordeelde wordt verplicht deel te nemen aan een intakegesprek en het daaruit voortkomende behandelaanbod/-traject van de DFP GGZ NHN of een soortgelijke instelling, gericht op behandeling/gedragsverandering indien en voor zolang de Reclassering dit noodzakelijk acht.
€ 3.000,00 (drieduizend euro) ter zake van immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
[slachtoffer], ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van
€ 3.000,00 (drieduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.