Uitspraak
mr. M. Nurdoğan-Ferwerdate Amsterdam,
mr. M.A. Hupkeste Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
De man betaalde € 100,- aan de vrouw, dan wel op de kinderrekening, en € 250,- op de kinderrekening, zijnde in totaal € 350,-“. Daarmee is naar het oordeel van het hof niet de conclusie gerechtvaardigd dat de man op grond van de aanvullende afspraak was gehouden in totaal € 450,- aan onderhoudsbijdragen te betalen. Het hof is voorshands van oordeel dat veeleer de conclusie gerechtvaardigd is dat beide partijen met het maken van de nadere afspraken voor ogen stond het geheel van de onderhoudsverplichtingen te regelen, waarbij de betaling aan de kinderrekening van zowel de kant van de man als de vrouw diende ter bestrijding van de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen die partijen daarbij voor ogen stonden.