Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Stukken van het geding
3.Feiten
4.Standpunt van het BFT
5.Standpunt van de notaris
6.Beoordeling
Relevante bepalingen’.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep van een notaris tegen de maatregel van ontzetting uit het ambt verworpen. De Raad voor het Notariaat had de notaris eerder ontzet vanwege een langdurig negatieve liquiditeits- en solvabiliteitspositie, zowel zakelijk als privé, en het niet op orde hebben van de financiële administratie ondanks een hersteltermijn tot 31 januari 2015.
Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) voerde meerdere onderzoeken uit waaruit bleek dat de financiële situatie van de notaris verslechterde, met aanzienlijke betalingsachterstanden en een negatieve privé- en kantoorliquiditeit. De notaris voerde aan dat deze situatie mede werd veroorzaakt door een aankoop van een pand en een schorsing in 2015, en dat er betalingsregelingen en een vaststellingsovereenkomst waren getroffen.
Het hof oordeelde dat de notaris onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat op korte termijn financieel herstel mogelijk was. Ook bleef de financiële administratie niet op orde en waren boedeldossiers niet voortvarend afgehandeld. Gezien de ernst en duur van de tekortkomingen achtte het hof de maatregel van ontzetting passend en bevestigde deze, waarmee de beslissing onherroepelijk werd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontzetting van de notaris uit het ambt wegens ernstige en aanhoudende financiële tekortkomingen en nalatigheid.